Twee bussen deden er slechts 20 uur over om ons van Bangkok naar Luang Prabang te brengen. Het leek ons handig om meteen door te gaan naar het noorden van Laos, vanwaar we weer af kunnen zakken naar beneden.

Luang Prabang is een van de grotere steden in Laos, met maar liefst 52.466 inwoners. De helft daarvan bestaat ongeveer uit toeristen denken we, maar dat mag de pret niet drukken! Het meest bijzondere aan deze stad zijn de monniken die vlak na zonsopkomst een aalmoes komen halen. Laotiaan en toerist stellen zich zij aan zij op om sticky rice en bananen in de schalen van de monniken te leggen. Het mooiste is nog dat de Laotianen hier ook aan verdienen: zij rekenen de toerist die slaapdronken en onvoorbereid uit zijn bed komt rollen natuurlijk veel te veel voor een paar miezerige bananen…

Nadat we deze en nog enkele andere highlights hadden bekeken, vertrokken we naar Phonsavanh. Veel mensen slaan dit dorp over, en dat is logisch: er is absoluut niets te beleven. Het bijzondere was de ‘plain of jars’: een vlakte waar stenen potten zijn neergelegd. Niemand weet echter wanneer, hoe, of waarom. ‘Like Stonehenge!’ jaja, de gidsen zijn goed op de hoogte! Zo’n tour is ook altijd goed om andere reizigers te leren kennen, we hebben ons goed vermaakt en nuttige reistips opgedaan.

Na Phonsavanh was het de beurt aan Vang Vieng: dè plek in Laos om in zwembanden rond te drijven en biertjes te drinken! Dit tuben was uiteraard een cultureel hoogtepunt. Of ja, eigenlijk wel! Het is tenslotte wel cultureel bepaald dat een 8-jarig meisje whiskyshots uitdeelt in de bar van haar ouders… En torenhoge duikplanken waar beschonken mensen vanaf springen zal je niet in veel andere landen tegen komen. Goed, wij vonden één dag meer dan genoeg, en zitten inmiddels in Vientiane, de hoofdstad: 203.000 inwoners. Er schijnt hier niet veel te doen te zijn, en dat lijkt tot nu toe inderdaad het geval. We halen dus ons Vietnam-visum en vertrekken weer.

De bergritten naar al deze exotische locaties zijn trouwens niet mis: de Laotianen zijn een stel sjeeskezen! Er zijn een aantal grote wegen door het land, maar die gaan ook dwars door de bergen. Slapen in de bus is er dus ook niet echt bij… Maar goed. Dat doen we dan wel in onze superdeluxe guesthouses met mieren in bed of zingende Laotianen voor de deur: we zijn tenminste nooit eenzaam! Oh, en die kakkerlakken die opeens overal opduiken, daar draaien we onze hand ook niet meer voor om. We hebben er beide al eentje op onze schouder gehad, en zelfs met de blote voet erop uit bed stappen leverde geen overdreven gekrijs op. We zijn aan het inburgeren!

Waar we nog niet helemaal aan gewend zijn is Marieke’s nieuwe reistas. De weg van Nong naar het busstation (in een taxi!) was kennelijk te veel voor haar koffer: de wielen gaven het op vóór we zelfs maar een buskaartje hadden gekocht! De redding was nabij: we hebben een prachtig rek op wielen voor haar gescoord waar we de koffer nu prinsheelrijk op rondrijden. Dit levert nog wel de nodige moeilijkheden op bij ons vervoer: de tassen gaan namelijk standaard op het dak van de bus. Anne had haar nieuwe taak van tassen in vervoersmiddelen en hotelkamers zetten zonder morren geaccepteerd, maar erop is weer een nieuwe uitdaging! Spierballen, here we come!

Laatste nieuwe ontwikkeling: Marieke wordt tegenwoordig aangezien voor aan Aziaat. We waren in een restaurant en ze stond even tegen een paal geleund. Dit leidde tot de vraag of ze misschien een menu had voor twee blonde dames. Toen Marieke -met stomheid geslagen- niet meteen reageerde gingen de meisjes er maar bij uitbeelden: ‘MENU??’ Gelukkig waren de dames enigszins beschaamd na Marieke’s: ‘Err, I don’t work here?!’ Wij weten in ieder geval wel dat we voortaan extra vriendelijk zullen zijn tegen restaurantpersoneel!

Marieke had trouwens nog meer geluk: haar slippers zijn nu voor de tweede keer ontvreemd! De eerste keer was pijnlijk aangezien het echte Havaianas van 18 E betrof, de tweede keer omdat ze nu over pijnlijke steentjes naar huis moest lopen. Na twee zwarte paren hebben we het nu maar op herkenbare rode slippers gegooid…

Goed, in Laos is niks onmogelijk, dat blijkt wel weer! En zoals je ziet reizen we inmiddels in een noodtempo: de tijd gaat snel en we hebben nog heel wat mooie plaatsen op ons verlanglijstje staan. Tot de volgende keer!

* * * * * Summary in English * * * * *

It took us two buses and 20 hours to reach Luang Prabang. We thought it would be best to move all the way up to the north, so we can move downward in Laos from there.

Luang Prabang is one of the larger cities in Laos: it has a whopping 52.466 inhabitants. Half of them are probably tourists, but luckily Luang Prabang still has its own culture. The most special were the Monks coming for alms at dawn. Loatian and tourist alike line up to give bananas and sticky rice. Nice is how the Laotians make money off of this as well: of course they seriously overcharge the unsuspecting tourist that shows up still half asleep! It’s nice to see that work both ways.

After hanging around Luang Prabang for a bit longer, we moved over to Phonsavanh. Hardly any tourists go there, and we can see why: nothing too exciting to do here! The main attraction is the ‘plain of jars’: a mysterious scattering of huge stone pots in several fields around the town. Nobody however knows how they got there, when, or why. Aside from the jars, tours are also always a good way to meet new people, have some fun and get some travel advice.

From Phonsavanh we journeyed to Vang Vieng: the place in Laos to float around in big tubes and drink beers! As you may suspect, this activity was a cultural high for us. Or actually… You don’t see an 8-year-old girl serving whiskyshots in her parent’s bar every day! And jumping off diving boards while intoxicated is probably illegal in most countries. As you can understand, one day of tubing was more than enough for us, and we’ve travelled on to Vientiane that inhabits a whopping 203.000. Apparently there’s not too much to do here though, and that does seem to be the case. Reason for us to get our Vietnam-visa, and travel on to the next port.

Busrides to all these wonderful places are no picnick by the way: these Laotians sure know how to push a vehicle’s limit! The big cities in Laos are connected by a few paved roads, that have to circle lots of mountains. No sleeping on buses for us this time… That’s okay though: our deluxe guesthouses can provide this joy for us, along with ants or singing Laotians. Well, we sure are never lonely! The cockroaches help too, they seem to appear from out of nowhere these days. We’ve both had one on a shoulder so far, and even stepping on one barefeet hasn’t lead to any serious screaming. We’re almost like locals!

A thing we haven’t quite gotten used to yet is Marieke’s new bag. The road from Nong to the busstation appeared to be too much for it: the wheels broke down before we even bought a ticket! Not to worry though: we bought her a wonderful little cart on wheels that the suitcase is now travelling on. It’s not always easy when travelling though: bags tend to go on the roof of our means of transportation here! Anne had gladly accepted the role of suitcase-lifter for trunks and hotelrooms, lifting on top of things is a whole new challenge. Muscles, here we come..!

Latest development: Marieke seems to be looking more and more Asian. She was casually leaning on a wall in a restaurant, after two toursits approached from the back… If she had a menu for them? Of course Marieke didn’t reply right away – she was too startled. This caused the two to go into charades-mode: ‘MENU?’ Luckily the girls were somewhat embarrased after Marieke’s: ‘Err, I don’t work here?!’ We know for sure we’ll be extra nice to any kind of personnel anywhere from now on!

Marieke actually got even more lucky: her flip-flops got ‘lost’ a second time! The first time hurt because they were real Havaianas, this second time because she had to walk home over some pointy rocks. After two black pairs she figured it might be better to get some recognizable red ones…

It’s clear: anything is possible in Laos! As you can see we are travelling at the speed of light: time moves fast and we have so many more wonderful places to visit. Until next time!