Wat is de meest comfortabele manier om een half land te doorkruisen zonder teveel geld en tijd kwijt te zijn? Een nachtbus met bedjes! Deze manier van transport hadden we nog niet gehad en moest natuurlijk op het lijstje van aparte vervoersmiddelen bijgeschreven worden! Het was een redelijk comfortabele manier van reizen, aangezien we beide niet langer zijn dan 1.70 meter en we net gestrekt in het bedje pasten…

Na een nachtje slaapbus, een minibus en een boottochtje kwamen we op onze bestemming aan: Don Det, 1 van de 4000 eilanden die Zuid-Laos rijk is. Het eiland zelf was een bijzondere ervaring: tot voor kort hadden de bewoners van dit eiland namelijk nog geen elektriciteit! We hopen dat dit niet alleen voor toeristen is, maar dat Laotianen er zèlf ook behoefte aan hadden dat er nu elektriciteitspalen van het vaste land naar het eiland lopen… Maar toch was het nog een beetje terug naar de natuur voor ons op het eiland: bij ons guesthouse (en dit gold voor het grootste deel van het eiland) hadden we alleen elektriciteit rond etenstijd, dus ook geen ventilator die braaf de hele nacht doorblies!

Naast de elektriciteit was de hele eiland-ervaring een goede oefening in de natuur voor ons: we hebben ’s avonds laat in de stromende regen (jawel, het regenseizoen is aangebroken!) op onze blote voeten door de modder gelopen om in het pikkedonker ons guesthouse terug te kunnen vinden. Verder stond Anne nog op een pad, schrok Marieke van een koe die loeide en liepen er overal kippen, katten en waterbuffels los rond!

Graag willen we een alinea aan de eigenaar van ons guesthouse wijden: Mr. Come! ‘As in Welcome’, vertelde hij, maar wij hadden per ongeluk alweer ‘doorgedacht’… Anyways, deze beste brave man runde het hele guesthouse in zijn uppie: hij regelde de receptie, was de baas in het restaurant, verhuurde fietsen en zorgde er ook nog eens voor dat wij bekend waren met avondklok: ‘be back by 10 PM!’. Soms kwam hij vragen of onze lamp het wel deed, als wij in het donker op onze kamer waren om de muggen buiten te houden. Hij liep ongegeneerd naar binnen om het te checken, op de meest ongepaste momenten! Na een paar dagen waren we aan hem gewend en zagen we het schattige in deze man wat beter, vooral nadat hij witte touwtjes om onze polsen had gebonden, een teken van geluk in het Boeddhisme. We besloten bij hem het transport terug naar het vasteland te boeken. De normale gang van zaken is met een boot met 15 andere toersiten en een minibus, onze beste man heeft ons voor hetzelfde geld zelf naar het vasteland gevaren en we mochten in de kabine van een lokale ‘bus’ (kleine truck) die om de haverklap toeterde, stopte en Laotianen oppikte. Weer een nieuwe vorm van transport voor ons steeds langer wordende lijstje!

Op dit moment zijn we in Pakse. Er is vrij weinig te doen hier, het enige leuke is dat het dichtbij het Bolaven Plateau ligt. Op dit plateau bevinden zich een aantal watervallen en koffieplantages die de moeite van het bezoeken waard zijn. De motormuis kwam weer in ons boven en we hebben onze zevende scooter gehuurd om de omgeving te verkennen. Bij een tourbureau werd ons verteld dat we naar Mr. Coffee moesten vragen zodra we in het dorpje op het plateau aangekomen waren. Blijkt die gast een Nederlander te zijn! Hij brouwde meteen een lekker bakkie zelfgeroosterde pleur voor ons en we hebben een tijdje zitten kletsen over Nederland, Laos en alles daartussen in. De koffie was gratis voor ons, maar een tour naar de plantage zat er niet in, dus die moeten we in Vietnam nog maar gaan vinden!

Pakse is echt zo’n stadje dat iedereen aantikt omdat het op de kruising Cambodja, Thailand, Noord-Laos en Vietnam ligt. Wij zijn hier dan ook gestopt om vanavond door te reizen naar Vietnam, ons laatste land alweer! Dat wordt weer een hele rit, met een ‘local international bus’ (wie verzint dit soort termen?) die ons naar de grens rijdt waar we om 4 uur ’s nachts aankomen en vervolgens 4 uur lang moeten wachten tot de grens open gaat. Daarna stijgen we de bus weer in en worden we halverwege Vietnam gedropt, waar we weer een nieuw vervoersmiddel naar het noorden (Hanoi) gaan nemen. Daar hopen we toch woensdagavond/donderdagochtend een keer aan te komen… Wens ons succes!

PS Schijnbaar was dit onduidelijk in het vorige bericht, dus hier een rectificatie: Laos vinden we fantastsich, het is Vientiane waar ons hart niet sneller van ging kloppen! Dus niet denken dat we zo snel mogelijk weg wilden uit Laos, want niets is minder waar!

* * * * * English Version * * * * *

What is the most comfortable way to travel half a country without spending too much time or money? A nightbus with beds! These worked out quite well for us, since we are under 1.70m. We almost fit in them lengthwise, something we can’t say about fellow falang male travelers…

After this nightbus, a minibus, and a boatride we arrived at the next destination on our itinerary: Don Det, one of 4000 islands that occupy the Mekong river in the south of Laos. Funny was that a while ago this island didn’t even have electricity! At the moment there is some: the engines are started when a fruitshake is requested and it also operates between 6 and 10 PM. Some locals were proud to tell us that next month fulltime electricity will arrive. We cringe at the thought that us tourists caused this, we hope it’s something the Laotians desire themselves as well…

Since electricity was only there part-time, we mostly felt like we went back in time! It gave us a nice brush with nature, since Don Det holds animals galore and is only partly inhabited. We’ve also had the experience of walking back to our guesthouse after eleven, which meant an electitity-lacking pitch-black night. Add the pouring rain and the paths that aren’t paved, and you have us barefoot in the mud. Anne managed to step on a frog (it survived!) and Marieke almost jumped off the island at a cow’s ‘Mooooooh’. Safe to say we had some exciting nights here…!

A person that deserves a full paragraph is the colorful character that was the owner of our guesthouse: Mr. Come! ‘As in Welcome’, he proudly reveiled, but of course we have our own thoughts on this. It seemed as if this character was the only one to run all the services the guesthouse offered! He was the reception desk, waiter in his restaurant, rented out bikes, and made us familiar with the curfew: ‘Back by 10 PM! Not too much Beer Lao Lao, okay? hahah!’ Sometimes he’d drop in all worried to check if our lights were working if we were in our room without lights (mosquito’s!), and he would casually swing by to inquire if we needed anything else. Breakfast? A tour? A wake-up call? (Soundproof walls??) After a day or two we’d completely gotten used to this friendly father-figure, especially after he gave us little white ropes around our wrists for ‘good luck and health and money.’ We decided he deserved to get our 10 euros for the way back to Pakse. Normally this would involve a tourist-laden boat and a transfer to a bus or minibus. In our case we were transported by him personally in his own boat, and got the queen’s position in the front seat of a ‘local bus’ (like a truck with benches) that would honk loudly, stop, and pick up some more people and freight. (the latter being mostly fish, from the smell of it…)

At the moment we are in Pakse: another one of the larger cities, that we would call a medium-sized village. Not that much to do, but closeby is the Bolaven plain. There are some nice waterfalls and coffee plantations here, which are definitely worth visiting. Our inner motorcyclelover took only seconds to float to the surface, and we can proudly say that number seven was soon ours to drive around. The agency told us to just drive up there and ask for Mr. Coffee, as he -surprisingly- is the Coffee-guru in the area. Not so hard to find with only one road leading there… And it turns out this guy is Dutch! A home-roasted cup of joe was fixed right away and so were conversations about the Netherlands, Laos, and all in between. The coffee was delicious and on the house, but a tour to the plantation wasn’t going to happen that day so we’ll have to find another one in Vietnam. That’ll be our next country! We’ve really enjoyed staying in Laos, with its friendly people, wonderful culture, impressive mountains and everything in between. Tonight we’re getting on a ‘local international bus’ (??) that’ll reach the Vietnam border at 4 A.M. We will have to wait until it opens at 8. (Why not leave four hours later? We don’t have a clue either.) We hope to reach Hanoi all the way in the north somewhere between Wednesday night and Thursday morning. Looking forward!